Lichaam ziel en geest 1.2

beschrijf in een half A4 welke stroming bij jouw visie past en waarom.
Je mag eventueel ook een eigen “indeling” verzinnen, maar dat moet je bijzonder goed onderbouwen.

We bespreken de opdracht plenair: als je anoniem wilt blijven: vermeld dit!

Opdrachten reader H 1.2 afmaken Inleveren voor woensdag 4 april 14:00

lichaam ziel en geest opstel


  1. in tweetallen onderzoek doen
  2. zoek 1 uitspraak van een wetenschappers/filosoof/geestelijke over het lichaam en schrijf deze op
  3. zoek 1 uitspraak van een wetenschappers/filosoof/geestelijke over de ziel en schrijf deze op
  4. zoek 1 uitspraak van een wetenschappers/filosoof/geestelijke over de geest en schrijf deze op
  5. in totaal dus 3 uitspraken
  6. vermeld de naam en de bron van de persoon die de uitspraak deed (niet wikipedia!)
  7. bespreek samen de uitspraken, bevraag elkaars mening kritisch: waarom denk je dat? hoe denk jij daarover, neem hier 10 minuten de tijd voor!
  8. gebruik de uitspraken als inspiratiebron, ga ertegen in OF ga er in mee, dit moet je kunnen onderbouwen. bijvoorbeeld: Buddha zegt dat de ziel niet bestaat maar ik denk dat.... omdat....
  9. schrijf op een verhalende manier, als een betoog op hoe jij denkt over lichaam ziel en geest, verwijs naar de uitspraken en je dagelijkse leven. gebruik “helicopterview”: plaats het in een dagelijks kader en in je hele leven of zelfs in het leven in het algemeen. maak duidelijk hoe jij denkt over dit onderwerp, wees kritisch: negeer wetenschap als je wilt! schrijf je mening op minimaal 1/2 A4 en max 1
  10. de 28e wijs ik mensen aan om hun filosofie uit te leggen en te verdedigen
  11. mail het voor vrijdag 30 maart 2000 uur aan psiegel@stmichaelcollege.nl


Wat is filosofie? (2)

Stellingen:


  • Het maakt wat uit als we uitsterven.
  • Geld maakt gelukkig. 
  • Keuzes maak je in het hier en nu, je denkt niet na over verleden of toekomst.

Zoek op internet naar voor en tegenargumenten bij de stelling die jij hebt gekregen. Hiervoor heb je 10 minuten.

Gebruik je argumenten in een discussie over de stelling.

De gespreksleider bewaakt de regels van het discussiëren

  • Denk goed na voor je wat zegt (werd je argument al gebruikt? werkt je argument werkelijk in je voordeel??
  • Houd het zakelijk, val niet iemand aan op zijn persoon maar op zijn argumenten.
  • Luister goed naar de ander, wellicht vind je een gat in zijn argumentatie.
  • Gebruik argumenten die op elkaar aansluiten en een verhaal vormen.
  • Sta open voor kritiek, goede argumenten doen vaak meer dan het proberen overtuigen van iemand.
  • Blijf beschaafd, rustig en praat niet te snel.

Voorbereiding Proefwerk Jodendom


A) Geschiedenis en belangrijke personen

Pagina’s om te lezen: 65, 67, 68, 69 en 76
  1. Noem 2 momenten uit hun geschiedenis die veel overeenkomsten hebben met elkaar: wanneer gebeurde dit, hoe heette dit en wat is/zijn de overeenkomst(en)?
  2. Noem 3 belangrijke personen en leg uit waarom zij belangrijk zijn.
  3. Mening: zou Martin Buber eerder een orthodox of liberaal jood zijn en waarom denk je dat?
  4. Vergelijk de dingen die je gelezen hebt met je dagelijkse leven en bespreek deze met elkaar: wie is nu heel belangrijk? Gebeuren er dingen op de wereld die lijken op de joodse geschiedenis? Wat zou je bijvoorbeeld met Anne Frank of een andere jood willen bespreken?
  5. Schrijf de dingen van het dagelijkse leven als een verhaaltje en presenteer dit.
  6. Stuur je resultaten op aan psiegel@stmichaelcollege.nl



B) Regels en feesten

Pagina’s om te lezen: 64, 71, 75, 77, 78, 79, 80
  1. Hoe komen de joden aan hun regels? (Denk aan boeken en personen)
  2. Welke 3 geboden benadrukken dat er maar 1 God is, leg dit uit.
  3. Mening: dankzij de duidelijke regels en vele feesten is het makkelijk om jood te zijn. Leg dit uit. 
  4. Vergelijk de dingen die je gelezen hebt met je dagelijkse leven en bespreek deze met elkaar: hebben wij hele strikte leefregels? Mag jij eten wat je wilt? Vieren jullie thuis het weekend? Beschouwen je ouders jou als meerderjarig?
  5. Schrijf de dingen van het dagelijkse leven als een verhaaltje en presenteer dit.
  6. Stuur je resultaten op aan psiegel@stmichaelcollege.nl

C) De mens en God 

Pagina’s om te lezen: 64, 65, 69, 70, 72, 73 en 81
  1. Welke afspraken hebben God en de joden gemaakt en wat betekend dit voor de joden?
  2. Wat wil God van de mens? Wat moet de mens doen van God, hoe moet hij zich gedragen?
  3. Mening: hoe kan je een vrije wil hebben als God zegt dat je moet doen wat hij je opdraagt?
  4. Vergelijk de dingen die je gelezen hebt met je dagelijkse leven en bespreek deze met elkaar: Wat vind jij goddelijk? Behoor je tot een groep mensen die hetzelfde willen? Heb je vrije wil?
  5. Schrijf de dingen van het dagelijkse leven als een verhaaltje en presenteer dit. 
  6. Stuur je resultaten op aan psiegel@stmichaelcollege.nl

Wat is filosofie? (1)

Wat is Filosofie? (1)



Opdracht 1

a)Zoek een definitie van Filosofie en schrijf deze op.
Vergelijk je gevonden definitie met die van je buurman/vrouw.

b)Maak samen een nieuwe definitie.

c)Zoek op waar, wanneer en waarom men begon met filosofie in het Westen.

d)Maak samen een beschrijving van een filosoof. Wat doet een filosoof?

e)Beschrijf aan elkaar 1 filosofisch moment uit je leven en schrijf deze op.

f)Stel elkaar een  filosofische vraag en schrijf deze vraag en het antwoord op.



Let op: we gaan de resultaten in de klas bespreken. Als je je filosofische moment niet wilt vertellen aan iedereen, dan hoeft dat niet.





Opdracht 2

a)Zoek een definitie van Griekse/Westerse Filosofie en schrijf deze op.

b)Zoek een definitie van Chinese/Oosterse Filosofie en schrijf deze op.

c)Vergelijk samen de Westerse en Oosterse manieren van filosoferen en schrijf 3 verschillen en 3 overeenkomsten op. Hint: de oude Grieken hebben veel overeenkomsten met de Oosterse filosofen.

d)Beschrijf welke manier van filosoferen je voorkeur heeft en waarom en schrijf dit op.

Wat betekenen mensenrechten in jouw leven?

Wat betekenen mensenrechten in jouw leven?


Schrijf een opstel van minimaal een half A4 in Word over mensenrechten dat voldoet aan de volgende zaken:

  1. Noem 3 mensenrechten die je belangrijk, vreemd, mooi of opvallend vindt en waarom je deze kiest.
  2. Schrijf van 1 recht op wat dat voor jouw leven betekend.
  3. Beschrijf bij dat ene recht wat het zou betekenen als je dit recht niet hebt of niet kan gebruiken,  gebruik hiervoor ook voorbeelden uit andere landen.
  4. Zoek 1 afbeelding uit die je erbij plaatst en die bij het recht hoort.


Bijvoorbeeld:

Ik vind het recht op verkiezingen vreemd, want iedereen zou verplicht moeten zijn om te stemmen.

Recht op scholing vind ik belangrijk want zo hebben mensen gelijke kansen om zich te ontwikkelen.
Dankzij scholing heb ik niet alleen kans op een baan, maar heb ik ook vrienden en leer ik dingen die ik anders nooit zou weten.
In Azie zie je veel kinderen die moeten werken als ze 14 zijn, dat lijkt mij heel zwaar.







Je snapt dat dit uitgebreider moet, als een mooi verhaal.

Als je het af hebt, mail je het aan psiegel@stmichaelcollege.nl

Presentatieopdracht filosofie: Wijsgerige Antropologie – vwo4


Presentatieopdracht filosofie: Wijsgerige Antropologie – vwo4

Inhoud en doel van de opdracht
Door de eeuwen/millennia heen hebben verschillende filosofen nagedacht over de vraag “wie/wat is de mens?” Een onderdeel van Wijsgerige Antropologie is het begrijpen en kunnen plaatsen van deze verschillende denkers.
Het doel van deze opdracht is dat je – in een groepje – één denker kunt plaatsen binnen de tijd waarin hij leefde/ de klas uit kunt leggen wat zijn belangrijkste bijdrage(n) is/zijn geweest binnen de filosofie en wat hij denkt over het wezen van de mens.

Opzet van de opdracht
·         Je vormt een groepje van 3 personen
·         Je schrijft je bij de docent in voor één van de filosofen
o   Schrijf direct in je agenda in welke lesweek jouw presentatie valt!
·         Je doet onderzoek naar
o   Het leven van de filosoof
o   De tijd waarin hij leefde
§  (een Oude Griek leeft in een heel andere omgeving dan iemand uit de Industriële Revolutie)
o   Het belang van de denker
§  (dit kan binnen de filosofie liggen, maar sommige denkers bewegen zich bijvoorbeeld sterk in het veld van de psychologie!)
o   De specifieke bijdrage van de denker op het gebied van “de mens”. Wat denkt hij over wie de mens is en binnen welke discussie speelt zijn denkbeeld
§  (denk aan de discussie over mens/machine, vrije wil/determinatie, mens/dier, etc.)
·         Je ontwerpt een presentatie (Powerpoint, Handout, Prezi, Filmpje, …) die geschikt is als lesmethode voor de klas
·         Je ontwerpt minimaal één actieve werkvorm (een quiz, een puzzel, een kijkopdracht, een minidebat) die past bij je onderwerp
·         Je bedenkt één examenvraag (én natuurlijk het juiste antwoord) die je tijdens je presentatie gebruikt en uitlegt aan de klas
·         Je houdt een presentatie die – inclusief de werkvorm, eventueel beeldmateriaal en de examenvraag – 20-35minuten in beslag neemt
o   Je levert de presentatie(inhoud) minimaal 3 werkdagen op voorhand in bij de docent


Beoordeling
Je wordt beoordeeld door de docent op de volgende punten (let op: Dit cijfer telt 15% mee voor je eindcijfer!)

Onderdeel
1
2
3
4
5
weging
totaal
inhoudelijk
x
x
x
x
x


De biografie is correct en uitgebreid





3

De filosoof is goed geplaatst binnen zijn context






3

Het belang van de filosoof is helder uitgelegd






3

Er is goed omschreven hoe de filosoof denkt over “de mens”. Hierbij is aandacht voor welk aspect van het mens-zijn er ter discussie staat (bijv mens/machine, mens dier, vrije wil/determinatie, etc)







3






Activerende werkvorm
x
x
x
x
x
x
60
De werkvorm is origineel





1

De werkvorm leert de leerlingen iets over de denkbeelden van de filosoof en/of de discussie over het mens-zijn





2

De werkvorm wordt helder uitgelegd en uitgevoerd





1

Examenvraag






20
De examenvraag is diepgaand





2

Het antwoord op de examenvraag wordt goed uitgelegd





2

De examenvraag is bruikbaar op het SE





1

Presentatie






25
Taalgebruik is helder en correct





1

Contact met publiek





1

Taakverdeling onderling





1

Goed gebruik gemaakt van multimedia (computer, film, handouts, etc)





1








20







125


De denkers:
1.    Plato                       (lichaam/geest)
2.    Aristoteles             (lichaam/geest)
3.    Dick Swaab           (embodied mind/ vrije wil)
4.    Alan Turing           (embodied mind/turingtest)
5.    Freud                     (het onderbewuste)
6.    Sartre                     (existentialisme)
7.    Foucault                (autonoom/heteronoom)
8.    Descartes              (verschil tussen mens en dier)
9.    Marx                       (zelfvervreemding)
10. Augustinus            (christelijk platonisme)
11. Searl                      (embodied mind/Chinese kamer)