Presentatieopdracht
filosofie: Wijsgerige Antropologie – vwo4
Inhoud en doel van de
opdracht
Door de eeuwen/millennia heen hebben verschillende filosofen
nagedacht over de vraag “wie/wat is de mens?” Een onderdeel van Wijsgerige
Antropologie is het begrijpen en kunnen plaatsen van deze verschillende
denkers.
Het doel van deze opdracht is dat je – in een groepje – één denker kunt plaatsen binnen de tijd waarin hij leefde/ de klas uit kunt leggen wat zijn belangrijkste bijdrage(n) is/zijn geweest binnen de filosofie en wat hij denkt over het wezen van de mens.
Het doel van deze opdracht is dat je – in een groepje – één denker kunt plaatsen binnen de tijd waarin hij leefde/ de klas uit kunt leggen wat zijn belangrijkste bijdrage(n) is/zijn geweest binnen de filosofie en wat hij denkt over het wezen van de mens.
Opzet van de opdracht
·
Je vormt een groepje van 3 personen
·
Je schrijft je bij de docent in voor één van de
filosofen
o
Schrijf direct in je agenda in welke lesweek
jouw presentatie valt!
·
Je doet onderzoek naar
o
Het leven van de filosoof
o
De tijd waarin hij leefde
§
(een Oude Griek leeft in een heel andere
omgeving dan iemand uit de Industriële Revolutie)
o
Het belang van de denker
§
(dit kan binnen de filosofie liggen, maar
sommige denkers bewegen zich bijvoorbeeld sterk in het veld van de
psychologie!)
o
De specifieke bijdrage van de denker op het
gebied van “de mens”. Wat denkt hij over wie de mens is en binnen welke
discussie speelt zijn denkbeeld
§
(denk aan de discussie over mens/machine, vrije
wil/determinatie, mens/dier, etc.)
·
Je ontwerpt een presentatie (Powerpoint,
Handout, Prezi, Filmpje, …) die geschikt is als lesmethode voor de klas
·
Je ontwerpt minimaal één actieve werkvorm (een
quiz, een puzzel, een kijkopdracht, een minidebat) die past bij je onderwerp
·
Je bedenkt één examenvraag (én natuurlijk het
juiste antwoord) die je tijdens je presentatie gebruikt en uitlegt aan de klas
·
Je houdt een presentatie die – inclusief de
werkvorm, eventueel beeldmateriaal en de examenvraag – 20-35minuten in beslag neemt
o
Je levert de presentatie(inhoud) minimaal 3
werkdagen op voorhand in bij de docent
Beoordeling
Je wordt beoordeeld door de docent op de volgende punten
(let op: Dit cijfer telt 15% mee voor je eindcijfer!)
|
Onderdeel
|
1
|
2
|
3
|
4
|
5
|
weging
|
totaal
|
|
inhoudelijk
|
x
|
x
|
x
|
x
|
x
|
|
|
|
De biografie is correct en uitgebreid
|
|
|
|
|
|
3
|
|
|
De filosoof is goed geplaatst binnen zijn context
|
|
|
|
|
|
3
|
|
|
Het belang van de filosoof is helder uitgelegd
|
|
|
|
|
|
3
|
|
|
Er is goed omschreven hoe de filosoof denkt over “de mens”. Hierbij
is aandacht voor welk aspect van het mens-zijn er ter discussie staat (bijv
mens/machine, mens dier, vrije wil/determinatie, etc)
|
|
|
|
|
|
3
|
|
|
Activerende werkvorm
|
x
|
x
|
x
|
x
|
x
|
x
|
60
|
|
De werkvorm is origineel
|
|
|
|
|
|
1
|
|
|
De werkvorm leert de leerlingen iets over de denkbeelden van de
filosoof en/of de discussie over het mens-zijn
|
|
|
|
|
|
2
|
|
|
De werkvorm wordt helder uitgelegd en uitgevoerd
|
|
|
|
|
|
1
|
|
|
Examenvraag
|
|
|
|
|
|
|
20
|
|
De examenvraag is diepgaand
|
|
|
|
|
|
2
|
|
|
Het antwoord op de examenvraag wordt goed uitgelegd
|
|
|
|
|
|
2
|
|
|
De examenvraag is bruikbaar op het SE
|
|
|
|
|
|
1
|
|
|
Presentatie
|
|
|
|
|
|
|
25
|
|
Taalgebruik is helder en correct
|
|
|
|
|
|
1
|
|
|
Contact met publiek
|
|
|
|
|
|
1
|
|
|
Taakverdeling onderling
|
|
|
|
|
|
1
|
|
|
Goed gebruik gemaakt van multimedia (computer, film, handouts, etc)
|
|
|
|
|
|
1
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
20
|
|
|
|
|
|
|
|
|
125
|
De denkers:
1.
Plato (lichaam/geest)
2.
Aristoteles (lichaam/geest)
3.
Dick Swaab (embodied
mind/ vrije wil)
4. Alan Turing (embodied mind/turingtest)
5.
Freud (het onderbewuste)
6.
Sartre (existentialisme)
7.
Foucault (autonoom/heteronoom)
8.
Descartes (verschil
tussen mens en dier)
9.
Marx (zelfvervreemding)
10. Augustinus (christelijk
platonisme)
11. Searl (embodied mind/Chinese kamer)